Stichting Grondvest


Grondvest homepage . . . . SDN homepage

Recht en Energie II

Engelse versie

Inleiding

Het hierna volgende is een aanvulling op de studie die verscheen onder de titel "Energie en Recht" in "Grondvest 1ste kw. 1996", waarin gepoogd wordt aan te tonen dat door middel van distributie van de op aarde beschikbare energie het milieu gespaard wordt, terwijl ieder individu op aarde rechten kan doen gelden op een evenredig deel van de rijkdom ervan. Dit wordt niet benaderd of geregeld op een financieel economische wijze maar door exacte wetenschap en ethiek.

In het algemeen kan men zeggen dat wetenschap en ethiek los van elkaar zijn komen te staan, waardoor er in de economische wetenschap geen ruimte is voor zedelijke en maatschappelijke waarden. Over de ethiek rond de economische orde zegt de Katholieke kerk niet meer dan dat ze ..."zonder in technische vragen te treden of de relatieve zelfstandigheid der economische orde te willen schaden, toch kerstenend aanwezig wil zijn." (uit de Katholieke Encyclopedie 1959)

In protestants-christelijke kring is men het er over eens dat..."de bezinning over de betekenis van het christelijk beginsel voor de wetenschap der economie nog slechts in een aanvangsstadium verkeert. Sommigen menen dat aantasting van het instrumenteel karakter der economische theorie, haar dienende taak in het hart zou treffen. Anderen menen dat de wetenschap der economie een eigen bestaan dient te voeren, los van het ethisch denken, omdat daardoor de vrijheid wordt verkregen aan de eigenlijke (zedelijke) waarden de plaats te geven die haar toekomt". (uit de Christ. Encycl. 1959 Kok Kampen)

Dat betekent dus dat de belangrijkste dragers van de ethiek zich onthouden van invloed op de economie. Zo kan economie ons noodlottig worden doordat de bedrijvers van economische handelingen alleen geleid worden door persoonlijke ethische motieven. Ik meen daarentegen dat de economie een opgave is die ons allen wordt gesteld.

De gedachte achter de distributie van energie-eenheden is, dat de zorg voor elk individu vooropgesteld moet worden. Uit de overweging dat de mens als soort eindig is ontstaat de verplichting dat ieder individu een schakel moet kunnen zijn in de evolutie van het menselijk ras. Niet dat ieder zijn eigen bestaan maar moet zien te handhaven en dat daarna, als alles fout gaat corrigerend moet worden ingegrepen als dat nog zou kunnen, maar dat ieder; kinderen, ouden van dagen, invaliden, volmaakten en beperkten in vermogens enz., de plaats kan innemen die hem nuttig maakt, waardoor er in de economische wetenschap geen ruimte is voor zedelijke en maatschappelijke waarden.

De kritiek op het voorgestelde distributie/restrictie stelsel is, dat men meent dat het onmogelijk uit te voeren is, vooral als de beschikbare financieel-economische constructies, die vrijwel over de hele wereld werkzaam zijn, er niet bij betrokken zouden worden. Het antwoord hierop is dat in het voorgestelde EE-stelsel de geldeconomie niet buiten spel wordt gehouden, maar een meer ondergeschikte rol krijgt daar waar ze niet in staat blijkt te zijn, of wenst te zijn, het vruchtgebruik van de aarde te begroten en in evenredigheid aan allen te distribueren.

Een dergelijke redenering van de geldeconomieën, het hanteren van een ander vergelijkingsmiddel is niet nieuw. Al eerder werd voor het maken van een mondiaal plan voor de behoefte bevrediging gebruik gemaakt van de aantallen geproduceerde goederen zoals auto's, telefoonaansluitingen radio's en t.v. toestellen enz. Men beoordeelde de economische verhoudingen van de diverse landen ook naar hun voedselpositie en het calorieverbruik. Er zijn statistieken over de kleding, waarbij men vergelijkt hoeveel wol respectievelijk katoen per hoofd van de bevolking wordt ingevoerd, enz.

In het EE-stelsel wordt vergelijking hiermee alleen voorgesteld, wanneer van elk product, grondstof en vervaardiging omgerekend wordt in energie-eenheden. De reden hiervoor is ook, dat bijvoorbeeld een auto geen maatstaf is voor een vergelijking met verschillende culturen, en het alleen maar iets zegt over de mate waarin de westerse economie in een bepaald land is binnengedrongen, maar zegt niets over de mogelijkheid die elk individu in een bepaald land heeft om zijn bestaan te handhaven.

De vrij kleine stap die in het EE-stelsel wordt voorgesteld, zal gezien de ontwikkeling van het elektronisch verwerken van aantallen en gegevens geen technisch beletsel vormen om doeltreffender de producten mondiaal te kunnen distribueren.

De GROEP VAN LISSABON typeert het probleem van de concurrentie als volgt: "De overdaad aan concurrentie is een bron van ongewenste nadelige effecten. Het opvallendste gevolg van de concurrentie-ideologie is, dat het een structurele vervorming in het functioneren van de economie zelf teweegbrengt, om nog maar niet de verwoestende maatschappelijke gevolgen te noemen." (blz. 139 van "Grenzen aan de concurrentie") Wanneer het EE-stelsel wordt toegepast zal de reclame als gereedschap van de concurrentie meer gericht zijn op de duurzaamheid van het product dan op de prijs, omdat het duurzaamste product het kleinst aantal energie-eenheden per tijdseenheid zal vergen. Dat wil zeggen dat de kwaliteit van het product verbeteren zal.

Het economisch streven naar kwaliteit en duurzaamheid zal nog meer invloed hebben op de marge die er is tussen de natuurlijke en de marktprijs, waarvan gesteld is dat die door concurrentie in overeenstemming moeten worden gebracht of anders gezegd, dat de afstand tussen natuurlijke prijs en marktprijs zo klein mogelijk moet worden.

David Ricardo (1772-1823) redeneerde over de concurrentie als volgt: "Goederen dienen tot behoeftebevrediging. De prijs van een goed wordt bepaald door de hoeveelheid arbeid die voor de productie van een naar believen te vermeerderen goed nodig is. De ruil van goederen op de markt geschiedt naar verhouding van de hoeveelheid arbeid die in elk goed is besloten. De prijs die overeenkomt met de werkelijke, uit de hoeveelheid arbeid berekende waarde van een goed is de natuurlijke prijs. Soms wijken de prijzen die op de markt ontstaan af van de natuurlijke prijs. Dan is het de taak van de vrije concurrentie de marktprijs met de natuurlijke prijs in overeenstemming te brengen. Op den duur vermindert de vrije concurrentie een uiteenlopen van de natuurlijke en de marktprijs". (Prof D.B.J. Schouten Tilburg in Sesam Encyclopedie blz. 395 deel VII)

De oorzaak van het falen van de vrije concurrentie is, dat het door Ricardo veronderstelde idealisme van de ondernemer vervangen is door het individualisme van de maker van winst. Deze ziet eerder dat hoe hoger de marktprijs is, hoe groter de winst kan zijn. De GROEP VAN LISSABON verwoordt dit euvel met: "De logica van de winnaar wordt in toenemende mate geaccepteerd en door de mensen eigen gemaakt. En de sociale banden en het gevoel van verwantschap tussen individuen, dorpen, sociale groeperingen, steden en landen zijn steeds minder echt compact zichtbaar en duurzaam. Het gemeengoed en het algemeen belang zijn gereduceerd tot dat van de winnende multinationale ondernemingen, die verwikkeld zijn in technologische en economische oorlogen in de mondiale economie". (blz. 195 van 'Grenzen aan de concurrentie')

Het punt waarop het EE-stelsel inhaakt op de productiesnelheid is de zinsnede in de redenering van Ricardo: "van een naar believen te vermeerderen goed". Bij de toepassing van de restrictie zoals die in het EE-stelsel wordt bedoeld, kan het kapitaal samen met de door haar gekochte arbeid niet meer naar believen het produceren van goederen per tijdseenheid vermeerderen. De snelheid van het onttrekken van energie aan de Grond wordt in het EE-stelsel wetenschappelijk vastgesteld en tegelijk wordt de hoeveelheid te besteden joules aan de vraagzijde van de markt ingevoerd. (zie fig. 1 en 2)

De snelheid van de productie van goederen kan nu beperkt worden tot de Grond-energie-rente en kan het Grond-energie-kapitaal en dus het milieu gespaard blijven. Was volgens de redenering van Ricardo, de snelheid van de omzet van de producten te bepalen door de producent gestimuleerd door de concurrentie; met het EE-stelsel zal de snelheid worden berekend aan de hand van het aantal aardbewoners en het aantal joules wat die aarde beschikbaar heeft in een bepaalde tijd. Het EE-stelsel neemt de taak over van de concurrentie, om de marktprijs met de natuurlijke prijs in overeenstemming te brengen.


Het stelsel heeft ook zijn invloed op de vaak onduidelijke manier waarop de markt, de productie en distributie van goederen doet verlopen, waarom men spreekt van "de economie is net zo onberekenbaar als het weer", maar ook van "de vrije markt". Voor het EE-stelsel wordt geen geleide markt bedongen, maar een markt waar de omzetsnelheid bepaald wordt door:

Een markt dus met de beperking die het idealisme van de producent, zoals Smith en Ricardo veronderstelden aanwezig te zijn, niet heeft weten op te brengen. Een gedeeltelijke compensatie biedt het EE-stelsel door de verkoopbaarheid van de te besteden energie-eenheden. Er ontstaat een spreiding van de koopkracht over de hele wereld doordat de armen koopkrachtiger worden door onbesteedbare EE-eenheden aan de rijken te verkopen, waardoor de rijke-landenmarkten kleiner zullen worden, wat betreft de omzet in goederen, maar het aantal markten wordt, over de hele wereld gerekend, vele malen groter.

Vanuit de EE denkwijze zijn de volgende aantekeningen te maken bij kader 5 blz.157 van "Grenzen aan de concurrentie" genoemde ingrediënten voor mondiaal bestuur:

Opmerking: Het doden van z.g. vijanden van de staat heeft vermindering van de voor de overheid nuttige eenheden tot gevolg. Oorlogen zijn, in dit verband gezien, een nog groter ramp dan ze al zijn.